Op school of thuis zien we vaak kinderen die netjes zitten, stil zijn en totaal geen “gedoe” veroorzaken, toch? Ze verkennen niet veel, maken geen lawaai, discussiëren niet en lijken helemaal oké.
Maar is dat echt zo? Veel kinderpsychologen zeggen dat een kind dat rustig oogt, niet per se emotioneel rustig is. Sommige kinderen houden juist een enorme spanning vast in hun hoofd – een stroom gedachten die nooit stopt. Angst is namelijk niet iets wat alleen volwassenen ervaren. Ook kinderen kunnen hiermee worstelen. Vaak gebeurt dat wanneer ze weg zijn van hun ouders of op de eerste schooldag.
Hoe Herken Je Angst bij Kinderen?
Volgens de Cleveland Clinic zijn angst en vrees eigenlijk normale onderdelen van de kindertijd. Ieder kind reageert instinctief op gevaar of dreiging door angst te voelen. Angst ontstaat bij een mogelijke dreiging, zelfs als die nog niet echt gebeurt. Voor veel kinderen is dit tijdelijk en een manier om te leren omgaan met nieuwe situaties.
Maar bij sommige kinderen ontwikkelt die angst zich tot een angststoornis: een extreme vorm van angst die sterker, langduriger of intenser is dan normaal.
Kinderen met een angststoornis kunnen emotionele uitbarstingen hebben, huilen of in paniek raken. Ze vermijden situaties, proberen te vluchten, verstoppen zich of zijn constant alert op wat ze zien als ‘gevaar’. Angst uit zich bovendien vaak fysiek: buikpijn, hoofdpijn, misselijkheid, braken, moeite met ademhalen of slaapproblemen. Zodra het lichaam meespeelt, is het belangrijk om actie te ondernemen.
Soorten Angst bij Kinderen
Angst bij kinderen is écht en zeker niet “gewoon verlegen” of “een beetje aanhankelijk”. Ouders en leerkrachten moeten sensitiever worden voor wat kinderen eigenlijk voelen. Veel kinderen hebben gedachten vol zorgen, maar weten niet hoe ze die moeten uitspreken. Daarom is het belangrijk de verschillende soorten angst te begrijpen en te weten hoe je ermee omgaat.
1. Separation Anxiety Disorder
Dit is een van de meest voorkomende vormen van angst: extreme angst wanneer een kind gescheiden wordt van een ouder of andere belangrijke persoon.
Typische signalen:
- Hysterisch huilen wanneer ze op school worden achtergelaten
- Niet alleen willen slapen
- Bang worden zodra een ouder uit zicht is
- Constant vragen: “Kom je straks terug? Niet te lang wegblijven, oké?”
Dit is normaal bij baby’s en peuters, maar als het aanhoudt wanneer het kind schoolleeftijd heeft, kan het gaan om een echte angststoornis.
Tips van kinderpsychologen:
- Creëer een vast afscheidsritueel, bijvoorbeeld een knuffel van vijf seconden.
- Sluip niet weg – dat maakt het erger.
- Wees duidelijk maar lief: “Ik ga nu weg, maar ik kom altijd terug. Je bent veilig hier.”
- Als het dagelijks functioneren verstoord raakt, schakel een kinderpsycholoog in.
2. Specifieke Fobieën
Sommige kinderen hebben extreme angst voor specifieke dingen: duisternis, clowns, honden, onweer, harde geluiden of andere triggers. Als de angst niet in verhouding staat tot de situatie, kan het om een fobie gaan.
Wat helpt?
- Bagatelliseer het niet. Zeg dus niet: “Het is maar donker…” Daarmee voelt een kind zich niet serieus genomen.
- Introduceer de trigger stap voor stap: eerst een plaatje, daarna een video, dan in het echt, met begeleiding.
- Oefen ademhaling: drie seconden in, drie seconden uit.
- Laat het kind een soort power-mantra maken zoals: “Ik ben sterk. Ik ben veilig.”
3. Social Anxiety Disorder
Sociale angst is een intense angst voor sociale situaties of momenten waarop een kind in de spotlight staat. Dit is niet simpelweg verlegen of stil. Het is een diepe angst om beoordeeld, uitgelachen of in verlegenheid gebracht te worden.
Kinderen met sociale angst vermijden vaak situaties waarin ze zichtbaar zijn. Ze zijn bang om in de klas te praten, ongemakkelijk bij nieuwe mensen, en bang om fouten te maken.
Wat kun je doen?
- Valideer eerst, zeg niet meteen: “Kom op, wees niet zo verlegen.” Zeg liever: “Ik snap dat dit spannend is. We doen het stapje voor stapje.”
- Oefen sociale situaties in kleine beetjes: eerst met één persoon, dan twee, enzovoort.
- Stimuleer activiteiten die het kind leuk vindt zodat sociaal contact natuurlijker voelt.
- Als het dagelijkse leven wordt belemmerd, overweeg therapie (zoals CBT voor kinderen).
4. Generalized Anxiety Disorder (GAD)
GAD is wanneer een kind overmatig en constant piekert over van alles en nog wat – zelfs kleine dagelijkse dingen. De zorgen zijn moeilijk te controleren en kunnen elke dag terugkomen.
Kenmerken:
- Overmatig piekeren over kleine details.
- Lange vragen zoals: “Gaat het morgen regenen? Ben ik dan te laat? Word ik dan boos aangekeken?”
- Moeite met slapen.
- Snel gespannen, rusteloos of vermoeid.
Kinderen met GAD leven vaak in een constante ‘alert-stand’.
Wat helpt?
- Leer ze het verschil tussen reële gedachten en angstgedachten.
- Plan een “pieker-moment”, bijvoorbeeld tien minuten voor het slapengaan.
- Gebruik grounding-technieken (5 dingen zien, 4 dingen voelen, enz.).
- Houd dagelijkse routines stabiel om veiligheid te bieden.
5. Panic Disorder
Panic disorder betekent dat een kind plotseling intense angstaanvallen krijgt, die binnen minuten pieken. Deze paniekaanvallen komen vaak terug en kinderen raken bang dat het opnieuw gebeurt.
Typische symptomen:
- Hartkloppingen.
- Moeite met ademhalen.
- Duizeligheid of het gevoel flauw te vallen.
- Plotselinge paniek zonder trigger.
Wat kun je doen tijdens een paniekaanval?
- Focus samen op de ademhaling.
- Blijf rustig en zeg: “Je bent veilig. Dit gevoel gaat weg.”
- Stel geen teveel vragen – dat maakt het erger.
- Bespreek na afloop wat er gebeurde en wat de trigger mogelijk was.
Als de aanvallen herhaaldelijk voorkomen, is professionele hulp belangrijk.
Achter een stille glimlach of een kalm uiterlijk kan een wereld vol angst schuilgaan. Onze taak als volwassenen is niet alleen opvoeden of lesgeven, maar vooral kijken met empathie en gevoeligheid. Want kinderen die ogenschijnlijk “rustig” zijn, kunnen vanbinnen een strijd voeren die niemand ziet. (RIW)

